Sneller herstel

Schouder- en nekklachten? Dan eerst naar de huisarts en vervolgens naar de manueel therapeut. Dat laatste staat niet in de richtlijnen voor huisartsen, maar uit onderzoek blijkt nu nog duidelijker dan al werd gedacht, dat patiënten die zich door een kraker onder handen laten nemen, sneller herstellen.

door Harm Harkema

Een op de tien Nederlanders heeft last van een schouder en de gemiddelde huisarts krijgt toch minimaal één patiënt per week met dergelijke klachten op het spreekuur. Ze hebben pijn rond het schoudergewricht bij stilhouden of bewegen van de bovenarm. Soms straalt de pijn uit naar de schouderbladen, de nek, de elleboog of de vingers. Door de pijn kan de arm vaak niet goed meer worden bewogen, waardoor bijvoorbeeld aan- of uitkleden, haarkammen of het afdrogen van de rug niet of niet goed meer lukken. In erge, acute fases kan de patiënt bij de minste beweging vergaan van de pijn, en 's nachts niet slapen. Klachten blijven vaak langdurig en blijken meer dan eens chronisch. Tot nog maar enkele jaren geleden probeerden artsen en therapeuten aan de hand van bewegingstestjes te ontdekken waar de oorsprong van de klachten lag. Hadden ze eenmaal, dachten ze, de exacte plek ontdekt, dan werd een bij die plek behorende behandelmethode gekozen. Waarom ging het zo? Omdat simpel gezegd een Britse orthopeed dat begin jaren '80 zo had bedacht. Op de orthopedische goegemeente kwam het Britse verhaal wel plausibel over, waarna zij in de mode raakte. In de tweede helft van de jaren negentig maakte onder andere Gronings onderzoek duidelijk dat de Britse methode helemaal niet deugde. "De werkelijkheid bleek veel diffuser", aldus huisarts, onderzoeker en manueel geneeskundige dr. Jan Winters uit Glimmen, verbonden aan de afdeling Huisartsengeneeskunde van de Rijks Universiteit Groningen. De schouder is zo'n ingewikkeld lichaamsdeel, met zo veel mogelijke interacties en reacties, dat het vaak helemaal niet mogelijk is om letterlijk de vinger op de zere plek te leggen. En in de loop van de tijd kunnen schouderklachten ook van aard veranderen. "De schouder is, net als de rug, tot op zekere hoogte een black box", aldus Winters. Doorgaans nog wel te onderscheiden zijn enerzijds klachten die te maken hebben met geïrriteerde gewrichtskapsels en anderzijds geïrriteerde pezen en banden die liggen ingeklemd tussen het schouderdak en de kop van de bovenarm, alsof het een te smalle brievenbus betreft. Winters: "De mens heeft een aantal ingebouwde zwakke plekken en dit is er overduidelijk één van". De 'brievenbus' vormt een bron van irritaties. En bovendien: geïrriteerde pezen zwellen op en beperken de ruimte in de brievenbus nog meer. Wat het schouderprobleem ingewikkeld maakt is de samenhang met nekklachten. "We weten niet precies hoe dat zit, maar we weten wel dat door het samengaan van schouder en nekklachten de klachten vaak langer duren", aldus Winters. Injectie Uit onderzoek dat Winters en enkele collega's in de tweede helft van de jaren negentig deden, bleek dat patiënten die kampten met geïrriteerde gewrichtskapsels beter geholpen zijn met een injectie met een ontstekingsremmer, dan met manuele therapie of fysiotherapie. De groep waarbij de schouderklachten voor het grootste deel hun oorspong hadden in nekproblemen, bleek veel meer gebaat bij manuele therapie dan bij fysiotherapie. Ter verduidelijking: een manueel therapeut (kraker) manipuleert rugwervels en gewrichten, de fysiotherapeut richt zich via massage, bewegingsoefeningen en warmte of elektriciteit vooral op de algehele mobiliteit Gezien dit relatieve succes van manuele therapie bij patiënten met gecombineerde nek- en schouderklachten, borduurden de Groningers er verder op door. En uit onderzoek dat zij vorige week in een vakblad publiceerden blijkt nu dat een behandeling door de huisarts (doorgaans met pijnstillers of ontstekingsremmers) in combinatie met manuele therapie, beter werkt dan alléén de pillen of een injectie van de huisarts. Na twaalf weken bleek van de groep die ook bij de kraker had gelopen, 43 procent hersteld, tegen 21 procent van degenen die alleen bij de huisarts waren geweest. Ook na een jaar (de manuele therapie was toen overigens al gestopt) was er nog een positief effect merkbaar. De huidige richtlijn voor huisartsen, die manuele therapie helemaal niet noemt, maar fysiotherapie aanbeveelt als na zes weken de klachten niet over zijn, kan dus, zo lijkt het, in de prullenbak. Althans waar het de gecombineerde nek- en schouderklachten betreft. Reden om de vlag uit te hangen is er overigens niet. Nog steeds staat ook een onderzoek van Winters en collega's uit 1998 overeind, waar uit blijkt dat de helft van de patiënten na enkele jaren weer of nog steeds schouderklachten heeft. De meesten gaan er niet mee terug naar de dokter en hebben er blijkbaar mee leren leven.

 



Geplaatst op: donderdag 29 januari 2009